RTM: een volle dag Rotterdam op het IFFR

RTM: een volle dag Rotterdam op het IFFR

Vorig jaar schreven we over de magere oogst aan films met een Rotterdamse connectie, die op het International Film Festival Rotterdam (IFFR) te zien was. Dit jaar kunnen Rotterdamofielen tevreden in de handjes wrijven: Lantaren Venster staat een hele dag in het teken van onze stad. Op 26 januari worden onder de naam RTM korte en lange films, installaties en videoclips vertoond. Ook zijn talkshows te bezoeken, die een relatie tussen cinema en Rotterdam onderzoeken. Vers Beton sprak met de initiator van RTM en twee filmmakers van wie films op RTM in première gaan.

Mieke van der Linden, initiator en samensteller van RTM
'Het IFFR doet haar best om het hele jaar vaker in de stad aanwezig te zijn. We programmeren bijvoorbeeld films bij Leeszaal West. Als zij een Irakees of Duits programma hebben, programmeren wij daar als een toetje een film bij. Ik vind dat heel belangrijk, want hoewel veel Rotterdammers van het IFFR houden, vinden ze het vaak ook een onneembare veste.'

'Het is belangrijk te zien dat de stad vroeger anders was. Rotterdam is altijd weer de proeftuin waar grotere ontwikkelingen beginnen. Daarom hebben we naast een aantal premières ook oudere films geprogrammeerd. Zo schetsen we een beeld van een paar decennia Rotterdam. Bijvoorbeeld de film Saxman van Carel van Hees uit 1995. Daarin zie je saxofonist Piet Le Blanc door een stad lopen, die je nu bijna niet meer herkent. De film 'Rotterdam, een ongemakkelijk sprookje' is gemaakt rond 2001, de tijd van Culturele Hoofdstad. Ik denk dat toen een grote ontwikkeling begon. En natuurlijk de documentaire over Nighttown. Bestaat ook niet meer! Je ziet dus eigenlijk de veranderende stad door de ogen van de kunst- en popscene.'

'Als je kijkt naar het programma van RTM, wordt duidelijk dat je niet heel pessimistisch hoeft te zijn over Rotterdam als filmstad. Ik zal niet ontkennen dat sinds het stoppen van het Mediafonds een deel van de filmsector verdwenen is. Maar wat mij betreft, blijft Rotterdam de meest filmische stad van Nederland. Er wordt veel beeld over de stad gemaakt op dit moment. Dan heb ik het niet over klassieke speelfilms, maar allerlei nieuwe vormen. Je hoeft niet meer naar de Filmacademie en een groot fonds om een film te kunnen maken. Kijk naar de video's van trambestuurder Rodney Luxenburg, die we ook vertonen. Hij is helemaal geen filmmaker, maar wel iemand die het medium gebruikt om zijn liefde te laten zien voor zijn vak en de stad. De middelen zijn voor iedereen toegankelijk geworden. Hoe zich dat ontwikkelt, weet ik ook niet. Mijn boodschap is in ieder geval: ga gewoon aan de slag als je een goed idee hebt!'

René Hazekamp, maker van de documentaire Gangway to a Future
'Gangway to a Future is mijn derde lange documentaire. Het heeft absurde en grappige momenten, maar is ook erg ellendig. Tijdens de montagepreview heb ik al veel mannen zien huilen. De kapitein van het schip is een soort tweedehands autohandelaar met de droom kapitein te worden. Toen hij wat geld had, kocht hij een boot. Die dacht hij te verhuren voor feesten en partijen, of om op te wonen. Maar dat lukte allemaal niet zo goed. Later wilde hij er een televisieserie mee maken, waarin naar wrakken werd gedoken en hij een soort kapitein Cousteau-figuur zou zijn. Met dat plan kwam hij een jaar of twee geleden naar me toe. Ik was wel geïntrigeerd, vooral omdat ik wist dat het schip nog geen meter had gevaren.'

'Nadat ik een tijdje niks van hem had gehoord, belde ik hem. Het schip bleek in de Waalhaven te liggen en werd verhuurd aan Stichting Bootvluchteling. Die heb ik direct gebeld, met de vraag om een documentaire te mogen maken. Een dag later begon ik met draaien. Ik verwachtte trouwens niet dat we de Middellandse Zee ooit zouden halen. Als we het tot Zeebrugge zouden redden, zou dat al mooi zijn. Het blijft een wonder dat we toch verder zijn gekomen. Aan boord maakte ik me onmisbaar, door als kok aan de slag te gaan. Niemand had aan catering gedacht, dus was het ook in mijn belang om voor goed eten te zorgen. Ik heb de kombuis ingericht en lijstjes gemaakt met wat er aan boord moest zijn. Op moment suprême was het best lastig, filmen en tegelijk koken voor soms voor 400 man.'

'Ik ben Rotterdammer maar niet een typisch Rotterdamse filmmaker. Ik ben gewoon te lui het verderop te zoeken. Als ik in Tietjerksteradeel geboren was, had ik daar films gemaakt. Ik zie iets gebeuren en denk: daar moet ik een film van maken. En dat doen ik dan ook.'

Stephan Warmenhoven, maker van de documentaire Sleutelaar is Hier
'Hans Sleutelaar was een van de stuwende krachten achter het literaire tijdschrift Gard Sivik dat hij in de jaren '60 met Cor Vaandrager oprichtte. Later kwamen Armando en Hans Verhagen erbij. Zij vormden De Zestigers en brachten het blad De Nieuwe Stijl uit. Dat bleek heel vernieuwend en invloedrijk. Maar Hans bleef altijd een beetje achter de coulissen. Hij was de ideoloog van het stel en publiceerde niet veel. Alles bij elkaar drie kleine bundels. Hij wordt ook wel de zwijgende dichter genoemd, omdat zijn publicaties kaal en uitgebeend zijn. In zijn eigen woorden: van een hoekige eenvoud. Martin Bril schreef er ooit over: dit begrijpt een tachtigjarige maar ook een kind van vier. Het heeft een soort algemene geldigheid, waar iedereen zijn eigen draai aan geeft.'

'Ik ken Hans al 45 jaar. Hij was getrouwd met mijn oudste zus en ik wilde al langer een film over hem maken. Het was alleen nooit het juiste moment. Hij is nogal wars van publiciteit. In 2010 verhuisden Hans en mijn zus naar Thailand. Daar kreeg zij longkanker, waarna ze voor behandeling terug kwamen naar Nederland. Ze heeft hier nog vijf maanden geleefd. Hans zat toen opeens alleen hier in Rotterdam. Toen hij ook nog eens ging wonen in de straat waar hij was opgegroeid, wist ik dat ik nu die film moest maken. Dat wilde hij toen gelukkig ook. Van te voren had ik het niet verwacht, maar er zitten momenten in waar hij zich heel kwetsbaar laat zien.'

'Hans is een geboren Rotterdammer, maar ook lang weg geweest. Hij zei daar over: als je ergens weg gaat, kun je beter zien waar je vandaan komt. Hij heeft prachtige dingen over de stad geschreven in de bundel Rotterdamse Kwatrijnen. Een aantal daarvan draagt hij voor in de film. Je kunt het Rotterdamse karakter nuchter noemen, maar niet ongevoelig. Nadat Hans de film had gezien, zei hij: je staat er niet mee voor lul. Van hem is dat een groot compliment. Hans zegt: het dichtersleven, zo spannend is het niet, je zit gewoon op een stoel. Misschien moeten we met die nuchterheid ook proberen te kijken naar de filmsector.'

Tekst: Fay van der Wall
Eindredactie: Marc van Naamen
Oorspronkelijk gepubliceerd op Vers Beton

No Comments Yet.

Leave a comment